Beschrijving
De sensoren van de lpc-sensorfamilie
hebben met een operationele tastwijdte van 250 mm en een grenstastwijdte van 350 mm een zeer slanke detectiekegel. De blinde zone bedraagt slechts 30 mm.
Er staan drie verschillende typen ter beschikking:

Via pin 5 aan de ronde aansluitstekker
worden de lpc-sensoren ingesteld (Teach-in): Als pin 5 aan +UB gelegd wordt, wordt schakeluitgang D1 ingesteld; als pin 5 daarentegen aan -UB gelegd wordt, wordt schakeluitgang D2 ingesteld.
Bij het sensortype met analoge – en schakeluitgang wordt met pin 5 aan +UB van de analoge uitgang, met Pin 5 aan -UB van de schakeluitgang ingesteld.
Twee gele lichtgevende dioden,
die zijdelings aan de M18-schroefdraadhuls aangebracht zijn, geven de toestanden van de sensoruitgangen aan en zijn verenigbaar met de Teach-in-procesures.
De lpc-senoren met schakeluitgang
kennen drie modi:
- Enkelvoudig schakelpunt
- Tweeweg-reflexbarrière
- Venstermodus
Een enkelvoudig schakelpunt wordt ingesteld doordat
- het te detecteren object op de gewenste afstand tot de sensor gepositioneerd wordt
- Pin 5 ca. 3 seconden lang aan +UB (voor schakeluitgang D1) c.q. aan -UB (voor schakeluitgang D2) gelegd wordt tot beide LED’s knipperen
- Vervolgens pin 5 opnieuw ca. één seconde lang aan +UB (voor D1) c.q.-UB (voor D2) gelegd wordt tot de bijbehorende LED gedoofd is.

Teach-in van een schakelpunt
Een tweeweg-reflexbarrière
kan met een vast gemonteerde reflector heel eenvoudig afgesteld worden. lpcsensor en reflector dienen op een gepaste afstand gemonteerd te worden. Om de tweeweg-reflexbarrière op schakeluitgang D1 te teachen, dient
- Pin 5 ca. 3 seconden lang aan +UB gelegd te worden tot beide LED’s knipperen
- Tot slot pin 5 opnieuw ca. 13 seconden lang aan +UB gelegd te worden tot LED 1 permanent verlicht is.

Teach-in van een tweeweg-reflexbarrière
Nu is de tweeweg-reflexbarrière afgesteld. De schakeluitgang D2 kan op dezelfde manier ingesteld worden doordat pin 5 tegen -UB gelegd wordt.
Voor de instelling van de analoge uitgang
- Dient allereerst het te detecteren object op de dicht bij de sensor gesitueerde venstergrens gepositioneerd te worden.
- Pin 5 ca. drie seconden lang aan +UB gelegd te worden tot beide LED’s knipperen.
- Dan dient het object naar de ver van de sensor gesitueerde venstergrens verplaatst te worden.
- Tot slot moet pin 5 opnieuw ca. één seconde lang aan +UB gelegd worden tot LED 2 uit is.

Teach-in van een analoog karakteristiek c.q. van de venstermodus met twee schakelpunten
Voor de instelling van een venster
met twee schakelpunten dient er bij één schakeluitgang op dezelfde manier te werk gegaan te worden.
Opener/sluiter en stijgend/dalend analoog karakteristiek
kunnen eveneens via pin 5 ingesteld worden.
Een synchronisatie
van maximaal 10 lpc-sensoren is met de geïntegreerde, eigen synchronisatie mogelijk:
- Allereerst dienen de sensoren met de hierboven beschreven Teach-in-procedures ingesteld te worden.
- Vervolgens dient pin 5 naar de
- synchronisatiemodus omgeschakeld te worden:
- De voedingsspanning van de sensoren uitschakelen,
- Pin 5 aan -UB leggen,
- Voedingsspanning verder inschakelen,
- Zodra LED 2 snel knippert, pin 5 van -UB scheiden,
- 10 seconden wachten. - Indien aan alle sensoren de
synchronisatiemodus ingeschakeld is, dienen de sensoren door middel van pin 5 elektrisch met elkaar verbonden te worden.
Via pin 5 worden nu alle betrokken sensoren onderling automatisch gesynchroniseerd. In de synchrone modus meten alle lpcsensoren exact op hetzelfde tijdstip. Daardoor wordt een onderlinge beïnvloeding vermeden. Bij dienovereenkomstig kleine montageafstanden van de sensoren onderling kan een gesynchroniseerde sensor ook echosignalen van een nabijgelegen sensor ontvangen. Daarvan kan voordelig gebruik gemaakt worden om bijvoorbeeld het detectiebereik van de sensoren uit te breiden. De sensoren vormen dan een sensorcel.
Op de in de fabriek doorgevoerde instellingen
kan de lpc-sensor eveneens via pin 5 teruggezet worden.
LinkControl
bestaat uit de LinkControl-adapter en de LinkControl-software en laat de instelling van de lpc-sensoren met behulp van PC of Laptop onder alle gebruikelijke Windowsbasisbesturingssystemen toe. Schakelpunten, analoge karakteristieken en een groot aantal bijkomende instellingen kunnen worden uitgelezen, op de PC bewerkt, voorlopig opgeslagen en terug in de sensor geschreven worden.
Meer in het bijzonder helpen de beide registreerapparaten voor meetwaarden voor de visualisatie van de afstandswaarden bij de ontwikkeling van oplossingen voor complexe automatiseringstaken (zie ook hoofdstuk “Accessoires”).

































































