De labelsensor detecteert betrouwbaar hoogtransparante, reflecterende materialen, zoals gemetalliseerde labels en labels in elke kleur. De labels, inclusief hun dragermateriaal (bijvoorbeeld folie of papier), worden door de vork van de sensor geleid.
Een ultrasone zender in de onderste vorktand straalt met een snelle reeks impulsen tegen het dragermateriaal. De geluidsimpulsen laten het dragermateriaal vibreren, zodat aan de tegenoverliggende kant een sterk afgezwakte geluidsrimpel uitgestraald wordt. De ontvanger in de bovenste tand ontvangt deze geluidsrimpel.
Het dragermateriaal geeft een ander signaalniveau af dan de label. Dit signaalverschil wordt door de labelsensor geanalyseerd. Om een betrouwbare detectie te garanderen, moet de sensor eenmalig worden ingesteld (geleerd) op de specifieke label en het dragermateriaal.