Dubbelelaagdetectie dient om
twee of meer boven elkaar liggende vellen of bladen te detecteren.

Ultrasoon dubbelelaagcontrole van de meest recente aard. Drie varianten: voor alle denkbare inbouwsituaties.
De sensormatrix geeft u een overzicht van het standaardassortiment van de dbk+4-sensorfamilie. Maak een keuze op basis van de door u gewenste behuizingsvariant en de beschikbare sensorcomponenten door op de matrix te klikken.
twee of meer boven elkaar liggende vellen of bladen te detecteren.
Een ultrasone zender met een uiterst hoge frequentie zendt vanaf de onderkant geluid tegen de laag. Het uitgezonden signaal doet de laag trillen. Hierdoor wordt naar de andere kant van de laag een uiterst kleine geluidsgolf verspreid, die door de ultrasone ontvanger aan de overkant wordt geanalyseerd. In het geval van boven elkaar liggende lagen (dubbele lagen) is het signaal zo sterk verzwakt dat het de ontvanger nog amper bereikt.
De dbk+4 detecteert ontbrekende, enkele en dubbele vellen.
De nieuwe dbk+4 dubbelelaagcontrole heeft 2 stuuringangen, via dewelke 3 toepassingen geselecteerd kunnen worden. De standaard toepassing is geschikt voor waarden van 20 g/m2 tot 1.200 g/m2. Zeer dunne materialen zoals bijbeldrukpapier met oppervlakgewichten van minder dan 20 g/m2 worden met de instelling „dun“ afgetast. Voor kartonnages en zeer fijne kartons staat de instelling „dik“ ter beschikking.
De toepassingen kunnen tijdens het bedrijf omgeschakeld worden. Een teach-in op het af te tasten materiaal is niet noodzakelijk.
Worden de 3 stuuringangen niet geschakeld, werkt de dbk+4 in de standaard toepassing. Hiermee kan reeds een zeer breed materiaalspectrum afgetast worden.

TVoor materialen, die niet met een van de 3 toepassingen kunnen worden afgetast, staat bijkomend de teach-in functie ter beschikking. Een materiaal wordt ingeteacht door een laag in de dubbelelaagcontrole te leggen. Daarna moet de stuuringang C3 minstens gedurende 3 seconden op hoog niveau gezet worden. Materialen met niet homogene eigenschappen moeten tijdens de teach-in procedure bewogen worden, zodat de dbk+4 deze niet homogene eigenschappen kan detecteren. Een succesvolle teach-in wordt door een groene LED aangegeven. Nu kan het materiaal afgetast worden.
Dankzij deze aanpassing kunnen dunne washi-vellen tot en met wafers die met een waterlaagje zijn vastgelijmd, worden gescand.
De aanbevolen montageafstand tussen zender en ontvanger bedraagt 40 mm (resp. 20 mm bij dbk+4/M12/3CDD/M18 E+S). Wanneer nodig kan deze afstand aan de plaatselijke voorwaarden in het bereik van 20 tot 60 mm aangepast worden. Dit kan bij de eerste ingebruikname door een eenvoudige teach-in procedure of via de parametriseringsoftware LinkControl gebeuren.

Bij papieren en dunne folies wordt de dubbele laagcontrole verticaal ten opzichte van het materiaal uitgevoerd; fladderbewegingen hebben geen invloed op de werking. Bij fijne karton, dunne platen, wafers of dikkere kunststof folies (bijvoorbeeld creditcards) moet de dbk+4 in een specifieke inclinatiehoek ten opzichte van het doorlopende materiaal gemonteerd worden.
De dbk+4 werkt standaard in de free-run-mode. Dat betekent dat de dbk+4 cyclisch metingen met een hoog meetpercentage uitvoert. Via de stuuringangen C1 tot C3 kan tijdens het bedrijf de werkzone gewisseld worden, en kan ook een teach-in plaatsvinden.
| C1 | C2 | C3 | |
|---|---|---|---|
| Standard | 0 | 0 | 0 |
| Thick | 0 | 1 | 0 |
| Thin | 1 | 0 | 0 |
| Teach-in-Mode | 1 | 1 | 0 |
| Teach-in | 1 | 1 | 1 |
Indien echter in de staffelstroom gemeten moet worden, kan een extern trillersignaal een meting genereren._Deze functie wordt met behulp van de LinkControl-software geparametriseerd. Men kan kiezen uit flankentrigger en niveautrigger. De stuuringang C2 neemt dan de functie van de trigger-ingang op zich (tr).
| C1 | C2 | C3 | |
|---|---|---|---|
| Standard | 0 | tr | 0 |
| Thin | 0 | tr | 1 |
| Teach-in-Mode | 1 | tr | 0 |
| Teach-in | 1 | tr | 1 |
UVia de stuuringang C3 kan tijdens het bedrijf van werkzone gewisseld worden.
dMet behulp van de LinkControl-software kan de dbk+4 omvangrijk geparametriseerd worden. Hiervoor dient de dbk+4 op de LinkControl-Adapter LCA-2 aangesloten te worden. De LCA-2 wordt via een USB-kabel op de PC met de Link-Control-software aangesloten.
in versie 1.1.4. De dbk+4 ultrasone dubbelelaagdetectie ultrasoon sensoren zijn voorzien van een Smart Sensor Profile, waardoor meer transparantie ontstaat met betrekking tot uitwisselbaarheid van IO-Link sensoren.
De standaard: De ontvanger en de complete analyse-elektronica zijn ondergebracht in een M18-schroefdraadhuls. Deze heeft slechts een lengte van 60,2 mm. De zender is ondergebracht in een M18x21-mm-schroefdraadhuls en wordt via een 2-polige steekverbinder op de ontvanger aangesloten.


Zoals de standaard, echter is hier de ontvanger in een hoek van 90° tot de M18-schroefdraadhuls aangebracht.
Bij de variante met M12-Köpfen bedraagt de optimale werkafstand tussen zender en ontvanger 20 mm.
