Werkingsprincipe
De labels worden door de vork geleid. Een ultrasone zender in de onderste vorktand straalt met een snelle reeks impulsen tegen het dragermateriaal. De geluidsimpulsen laten het dragermateriaal vibreren, zodat aan de tegenoverliggende kant een sterk afgezwakte geluidsrimpel uitgestraald wordt. De ontvanger in de bovenste tand ontvangt deze geluidsrimpel.
Het dragermateriaal geeft een ander signaalniveau af dan de label. Dit signaalverschil wordt door de esf-1 geanalyseerd. De signaalverschillen tussen dragermateriaal en label kunnen heel klein zijn. Om een duidelijk onderscheid te waarborgen, moet de esf-1 op het label ingeleerd worden.





