• betriebsarten_1046x850.jpg

De bedrijfsmodi

Verschillende exploitatiesystemen en apparaatvarianten maken de inzet van microsonic-sensors in denkbaar vele aanwendingsbereiken van de automatiseringstechniek mogelijk.

De kleinste toegestane detectiewijdte

wordt bepaald door de blinde zone van een sensor. Binnen de blinde zone mogen zich geen objecten of storende reflectoren bevinden, aangezien dat tot verkeerde metingen kan leiden.

Het registratiebereik

wordt met verschillende normale reflectoren uitgemeten.

De bedrijfstastwijdte

is het typische werkgebied van een sensor.

De sensor kan bij objecten met goede terugkaatsingseigenschappen ook tot aan zijn grenstastwijdte worden ingezet.

Alle sensoren voldoen aan de Duitse (DIN) en Europese normen (EN)
 

DIN EN 60947-5-2 (norm naderingsschakelaars)
DIN EN 61000-4-2 (elektrostatische ontladingsbestendigheid)
DIN EN 61000-4-3 (ongevoeligheid voor hoge frequenties)
DIN EN 61000-4-4 (snelle transiënten)
EN 55011 (interferentie)
IEC 60068-2-6 (trilvastheid)
IEC 60068-2-27 (schokvastheid)
EN 60529 (beschermingsklasse)

De ultrasone sensor als reflexsensor (naderingsschakelaar)

is de traditionele toepassing. De sensor maakt gebruik van de betere achtergrondonderdrukking die wordt bereikt dan met andere sensorprincipes. Daarbij wordt de schakeluitgang actief zodra een object zich binnen de ingestelde detectieafstand bevindt. Op het schakelpunt is een hysterese voorzien. Deze methode is geschikt om b.v. objecten op een transportband te tellen of een aanwezigheidscontrole uit te voeren. In de overzichtstabel van de afstand metende sensoren zijn alle sensortypes opgesomd, die als reflexsensor kunnen werken.

Het vensterbedrijf

is een geavanceerde functie van de ultrasone reflexsensor. Hierbij wordt de schakeluitgang pas actief wanneer het object zich binnen een venster bevindt dat door twee grenzen wordt bepaald. Met deze toepassing kan b.v. de juiste flesgrootte in een krat worden gecontroleerd. Te grote of te kleine flessen worden uitgesorteerd. De venstermodus en ook de tweeweg- of reflexbarrière kunnen op alle ultrasone sensoren worden ingesteld, die de microsonic-Teach-in ondersteunen.

De ultrasone tweewegof reflexbarrière

gelijkt qua werkingsprincipe op een fotocel. Anders echter dan bij een fotocel is er geen speciale tripelreflector of gelijkaardig systeem vereist. Er kan gebruik worden gemaakt van een willekeurige reflector zoals b.v. een stuk metaal. De ultrasone sensor wordt hierbij in het vensterbedrijf zodanig ingesteld dat de vast gemonteerde reflector in het venster ligt. De ultrasone reflexbarrière verstuurt een signaal zodra de reflector volledig wordt afgedekt door een object. Hierbij speelt het geen rol of het object het geluid volledig absorbeert of zelfs 'wegspiegelt'. Bijgevolg wordt deze methode voornamelijk gebruikt voor moeilijk te detecteren materialen zoals schuimstof en voor het aftasten van objecten met een onregelmatig oppervlak.

De ultrasone sensoren met analoge uitgang

voeren de gemeten waarde van de afstand of afstandsproportionele spanning (0 – 10 V) of afstandsproportionele stroom (4 – 20 mA) uit. Bij de ultrasone sensoren met analoge uitgang kunnen de dicht bij de sensor gepositioneerde en de ver van de sensor af gesitueerde venstergrenzen van de analoogkarakteristiek, alsmede ook stijgende of dalende karakteristieken ingesteld worden. De resolutie ligt afhankelijk van sensortype en vensterbreedte ergens tussen 0,025 en 0,36 mm.

De ultrasone sensoren met IO-link

maken een naadloze communicatie mogelijk door alle niveaus van de systeemarchitectuur heen, van de sensor tot in het bovenste veldbusniveau. De gemeten afstandswaarde wordt bitserieel aan de besturing doorgegeven.
ultrasone sensoren met IO-link

De ultrasone dubbelelaagdetectie

werken als eenwegbarrière en detecteren twee of meer boven elkaar liggende lagen. De zender/ontvanger-configuraties kunnen papier, folie, karton en dun plaatwerk aftasten. Er staan signaaluitgangen ter beschikking voor de weergave van dubbele lagen en ontbrekende lagen.

Dubbelelaagdetectie dbk+4

De ultrasone label- en splicesensoren

werken volgens hetzelfde principe als de ultrasone dubbelelaagdetectie. Omdat de labels door de compacte hechting op het dragermateriaal een verband zonder luchtscheidingslaag vormen, moeten de labelsensoren op zowel het dragermateriaal als de labels ingeleerd worden.

De ultrasone baankantensensoren

zijn als vorksensor gebouwd en werken eveneens als eenwegbarrière. Ze worden voor de regeling van de baanloop ingezet en zenden een analoog signaal 0–10 V of 4–20 mA uit, dat evenredig loopt aan de baankant.

Top